Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2000

Alinea 109 Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7413.

7.5. Ik leid uit de wetsgeschiedenis af, met name uit de laatste alinea van het citaat in 3.2, dat het woord “doorslaggevende” in de litigieuze antimisbruikbepaling opgevat moet worden als “belangrijkste”, “voornaamste”. Aannemelijk is ook dat de wetgever aansluiting heeft willen zoeken bij het ongeschreven antimisbruikleerstuk, waarin (door u) termen gebruikt worden als “(volstrekt) overwegende (ontwijkingsbedoeling)”. Daarmee ontvalt mijns inziens de grond aan het betoog van de belanghebbende in punt 7.5. e.v. van diens pleidooi over de termen ‘doorslaggevend’ en ‘meer dan bijkomstig’. Het Hof heeft op basis van de vastgestelde feiten kunnen oordelen dat voor de zetelverplaatsing de belangrijkste reden was de vermijding van de dividendbelasting, al waren er mogelijk ook andere - al dan niet belangrijke - antifiscale beweegredenen zoals vermijding van Nederlandse vennootschapsbelasting of Nederlandse inkomstenbelasting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5945e02e8b87626a7812bb46d361d37b35350c25d72dded333c1db5faef5cb0e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5945e02e8b87626a7812bb46d361d37b35350c25d72dded333c1db5faef5cb0e, en de alinea staat in dat document op bytes 48196 tot 49168.