Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2000
Alinea 112 Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7413.
7.8. Ik concludeer dat de door de middelen III en IV bestreden oordelen van het Hof te zeer verweven zijn met aan het Hof voorbehouden, begrijpelijke en gemotiveerde waarderingen van feiten en vermoedens om in cassatie met vrucht met motiveringsklachten bestreden te kunnen worden. Wel meen ik dat het Hof ten onrechte de “beweegreden” van art. 34, lid 2, tweede volzin, BRK uitsluitend bij de vennootschap legt, maar mijns inziens leidt dat niet tot cassatie. In ‘s Hofs vaststellingen en overwegingen ligt mijns inziens besloten dat ook de aandeelhouders/bestuurders met het onderdeel zetelverplaatsing van het grote plan als voornaamste bedoeling hadden de vermijding van dividendbelasting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5945e02e8b87626a7812bb46d361d37b35350c25d72dded333c1db5faef5cb0e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5945e02e8b87626a7812bb46d361d37b35350c25d72dded333c1db5faef5cb0e, en de alinea staat in dat document op bytes 52330 tot 53042.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5945e02e8b87626a7812bb46d361d37b35350c25d72dded333c1db5faef5cb0e | shasum -a 256