Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2000

Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 oktober 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7413.

3.4. Waar dit alles op neer komt, is dat op ingewikkelde wijze is zeker gesteld (althans bedoeld is zeker te stellen) dat Nederland ondanks de tie breaker van art. 34, lid 2, eerste volzin, BRK voor de heffing van de dividendbelasting zijn oprichtingsfictie van art. 1, lid 3, Wet op de dividendbelasting kan blijven toepassen indien de feitelijke vestigingsplaats van een naar Nederlands recht opgericht lichaam vanuit Nederland naar de Antillen of Aruba is verplaatst om de heffing van dividendbelasting onmogelijk te maken. De litigieuze bepaling is overigens ruimer geformuleerd: het verplaatste lichaam hoeft niet naar Nederlands recht opgericht te zijn, maar op welke andere grond een dubbele vestigingsplaats zou kunnen ontstaan, is minder duidelijk. In één opzicht is de bepaling zeer eng geformuleerd: de doorslaggevende beweegreden voor de verplaatsing moet zijn geweest de vermijding van de (Nederlandse) dividendbelasting, niet enige andere belasting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5945e02e8b87626a7812bb46d361d37b35350c25d72dded333c1db5faef5cb0e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5945e02e8b87626a7812bb46d361d37b35350c25d72dded333c1db5faef5cb0e, en de alinea staat in dat document op bytes 24120 tot 25098.