Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2000
Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7479.
2.1. De voorlopige machtiging is verleend voor de duur van zes maanden, te rekenen vanaf haar dagtekening. Deze periode zal zijn verstreken wanneer Uw Raad uitspraak doet. Bij gebreke van belang kan verzoeker in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk worden verklaard2. Of de machtiging tijdig ten uitvoer is gelegd (art. 10 lid 1 Wet Bopz), laat zich uit de gedingstukken niet afleiden. Ik teken hierbij aan dat het cassatiemiddel niet de rechtmatigheid van de detentie als zodanig ter discussie stelt. De procedure tot het verlenen van een voorlopige machtiging is gebonden aan de waarborgen van art. 5 EVRM3, welke waarborgen verdragsautonoom behoren te worden uitgelegd4. Zou verzoeker een oordeel in cassatie hebben verlangd omtrent de rechtmatigheid van de detentie, dan zou wellicht ruimte voor een inhoudelijk oordeel hebben bestaan. Voor het geval Uw Raad zich over het cassatiemiddel wil uitspreken, bespreek ik niettemin de klachten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d83de4ea2803e9cf72818192aa20ba8e45e1425db760b46c3bf8fa07da0c75b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d83de4ea2803e9cf72818192aa20ba8e45e1425db760b46c3bf8fa07da0c75b5, en de alinea staat in dat document op bytes 6252 tot 7208.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d83de4ea2803e9cf72818192aa20ba8e45e1425db760b46c3bf8fa07da0c75b5 | shasum -a 256