Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2000

Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7481.

2.8 Dit betekent dat onderdeel 2 uitgaat van een onjuiste lezing van het vonnis van 13 maart 1996, zodat dit onderdeel faalt bij gebrek aan feitelijke grondslag. Wat betreft onderdeel 1 brengt dit mee dat het faalt bij gebrek aan belang. In het oordeel dat niet vaststaat dat er sprake was van wanprestatie ligt immers besloten dat [eiser] op dit punt weliswaar voldoende had gesteld om ter zake een beslissing te nemen, doch dat, gelet op het verweer van Nedgoed, niet kan worden gezegd dat wanprestatie is gepleegd. Daarmee komt aan de verwerping van de stelling van [eiser] dat Nedgoed jegens hem een onrechtmatige daad heeft gepleegd, wel degelijk gezag van gewijsde toe. Dat de rechtbank in de onderhavige procedure heeft geoordeeld dat [verweerder] c.s. wel tekort zijn geschoten in de nakoming van de op hen rustende aanbiedingsplicht, doet daaraan niet af, nu de rechtbank tot dit oordeel is gekomen in het kader van de vordering tegen [verweerder] c.s. en laatstgenoemden geen partij waren bij de procedure die heeft geleid tot het vonnis van 13 maart 1996.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c233a4cbf4b5a8a3d1f98b8c776b865d570ac919d0be78a141b426daa37ad4b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c233a4cbf4b5a8a3d1f98b8c776b865d570ac919d0be78a141b426daa37ad4b8, en de alinea staat in dat document op bytes 16532 tot 17611.