Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2000

Alinea 73 Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7481.

11 HR 19 november 1993, NJ 1994, 175 en de conclusie van A-G Asser voor dit arrest. Vgl. voorts: HR 28 april 1995, NJ 1995, 483 en de conclusie van A-G Vranken voor dit arrest (nr. 16) die spreekt van een uit de rechtspraak blijkende tendens om geen gezag van gewijsde aan te nemen wanneer niet inhoudelijk is beslist omtrent een rechtsbetrekking in geschil. Zie voorts: Burgerlijke rechtsvordering, art. 67, aant. 9 en Gras, Kracht en gezag van gewijsde, 1994, blz. 149-153. Vgl. ook HR 22 oktober 1993, NJ 1994, 374 (HER).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c233a4cbf4b5a8a3d1f98b8c776b865d570ac919d0be78a141b426daa37ad4b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c233a4cbf4b5a8a3d1f98b8c776b865d570ac919d0be78a141b426daa37ad4b8, en de alinea staat in dat document op bytes 26141 tot 26678.