Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2000

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 oktober 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7491.

8) De in nr. 7 onder (i) en (ii) vermelde beslissingen zijn van feitelijke aard en geven m.i. niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dit laatste geldt naar mijn mening ook voor de beslissingen onder (iii) en (iv). De onderhavige casuspositie vertoont immers aanzienlijk meer punten van overeenstemming met de beslissing van de Hoge Raad in het arrest Kip en Sloetjes/Rabo-bank dan met die in het arrest Poot/ABP. Ook hier is sprake van schade die niet is afgeleid van of correspondeert met de schade van de rechtspersoon; die het directe gevolg is van het onzorgvuldige gedrag van [eiser 1] (zie het arrest Cri Cri); die definitief door de materiële eisers is geleden en niet meer door optreden van of uitkeringen aan de rechtspersoon ongedaan kan worden gemaakt6); terwijl de aansprakelijk gestelde persoon een zorgvuldigheidsnorm jegens hen heeft geschonden, waarvan de inhoud in hoofdzaak wordt bepaald door de nauwe verwevenheid van hun financiële belangen (inkomenspositie) met de rechtspersoon.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1eb238ec654243ee186e7a0c016e66c16a172065a86cb32808ffc1eb3b08a65f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1eb238ec654243ee186e7a0c016e66c16a172065a86cb32808ffc1eb3b08a65f, en de alinea staat in dat document op bytes 23753 tot 24775.