Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 oktober 2000

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 20 oktober 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 oktober 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7688.

2.11 De Kantonrechter wijst de vordering af omdat hij van oordeel is dat deze ingevolge art. 3:310 BW is verjaard op 2 mei 1989 (rov. 13). Volgens de Kantonrechter is de gebeurtenis waarmee de verjaring is aangevangen de inademing van de asbestvezels (rov. 6). De Kantonrechter acht zich niet gelegitimeerd om op grond van de redelijkheid en billijkheid in de wettelijke verjaringsregeling in te grijpen (rov. 10). Evenmin acht hij het verjaringsberoep van Hertel in strijd met de redelijkheid en billijkheid. Hetgeen de erven hebben aangevoerd, kan volgens de Kantonrechter niet tot de conclusie leiden dat Hertel een "bijzonder ernstig verwijt" (opzet of grove schuld) treft wegens ontoereikende veiligheidsmaatregelen (rov. 11/12).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be85f64597bb76529d3b0faade3726a90c02aae50a16ec8ce86e710b163f60bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be85f64597bb76529d3b0faade3726a90c02aae50a16ec8ce86e710b163f60bf, en de alinea staat in dat document op bytes 14657 tot 15404.