Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2000
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7833.
“De vraag wie voor de toepassing van de Wet IB 1964 ondernemer is valt niet aan de hand van een consequent en uitgewerkt systeem te beantwoorden. Enerzijds is er, het vooral feitelijk georiënteerde, probleem van de objectieve onderneming. Het handelt dan om de vraag of een zekere constellatie van verschijnselen al dan niet kan worden gerangschikt onder het in artikel 6 Wet IB 1964 genoemde begrip ‘onderneming’. Anderzijds onderscheidt de doctrine het begrip ‘subjectieve onderneming’. Dit begrip duidt op een aan een subject toe te kennen kwaliteit. De subjectieve onderneming is de relatie tussen een belastingplichtig subject en een objectieve onderneming.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6cb4e975153f3b8bf3633c79ee2276408be9bdbaa66791c2a0770e4dcc16c8c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6cb4e975153f3b8bf3633c79ee2276408be9bdbaa66791c2a0770e4dcc16c8c9, en de alinea staat in dat document op bytes 8847 tot 9533.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6cb4e975153f3b8bf3633c79ee2276408be9bdbaa66791c2a0770e4dcc16c8c9 | shasum -a 256