Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2000
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7833.
“In de Smeetsbundel4 beschrijft Van Dijck hoe in de ontwikkeling van het belastingrecht het zwaartepunt van de objectieve onderneming naar de subjectieve onderneming is verschoven. ‘De objectieve onderneming dient alleen om de ondernemer te vinden.’ Het meest duidelijk ziet men dit gedemonstreerd aan de ‘subjectieve’ fiscale ondernemingen van firmanten. Bij de eenmanszaak zal de vraag naar de objectieve onderneming (een feit) daarentegen vaak samenvallen met de vraag naar de subjectieve onderneming (een kwaliteit). Toch zien we ook hier situaties waarin fiscaal van ondernemerschap sprake is los van enige onderneming in maatschappelijke zin; bijvoorbeeld in de fase voorafgaand aan het feitelijk tot stand komen van een onderneming of in de fase komend na het bestaan van een objectieve onderneming.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6cb4e975153f3b8bf3633c79ee2276408be9bdbaa66791c2a0770e4dcc16c8c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6cb4e975153f3b8bf3633c79ee2276408be9bdbaa66791c2a0770e4dcc16c8c9, en de alinea staat in dat document op bytes 9767 tot 10596.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6cb4e975153f3b8bf3633c79ee2276408be9bdbaa66791c2a0770e4dcc16c8c9 | shasum -a 256