Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2000

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7833.

2.8. De tweede rechterlijke beslissing waarnaar Rijkers ter ondersteuning van zijn betoog verwijst, is de uitspraak van het Hof ’s-Gravenhage van 20 februari 1973, BNB 1974/29. Die uitspraak ziet op een belastingplichtige die op erg onfortuinlijke wijze had geprobeerd een antiekhandel, gevestigd in een gehuurd pand, over te nemen. Nadat hij aanbetalingen had gedaan op de koopsom bleek dat de huurovereenkomst betreffende het pand niet toeliet in het gehuurde een onderneming uit te oefenen. De eigenaar zegde de huur op en verlangde ontruiming van het pand. De belastingplichtige slaagde er niet in, de door hem gedane aanbetalingen en door hem gemaakte kosten feitelijk op de verkoopster te verhalen; laatstgenoemde was met de noorderzon vertrokken. Bijgevolg rees de vraag of de aanbetalingen en kosten aftrekbaar waren als verlies uit onderneming. Het Hof overwoog dienaangaande o.m. :

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6cb4e975153f3b8bf3633c79ee2276408be9bdbaa66791c2a0770e4dcc16c8c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6cb4e975153f3b8bf3633c79ee2276408be9bdbaa66791c2a0770e4dcc16c8c9, en de alinea staat in dat document op bytes 16492 tot 17398.