Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2000

Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7833.

3.6. Het komt mij voor dat in deze zaak in het midden kan blijven welke bedoeling het Hof met r.o. 5.1. precies heeft gehad. De vastgestelde feiten, in het bijzonder de overname van de pachtrechten en de intentie van belanghebbende waarmee dit is gebeurd, laten mijns inziens geen andere gevolgtrekkingen toe dan dat belanghebbende in april 1989 in de “inkomensverwervende sfeer” handelde en dat hij de hoedanigheid van ondernemer in de zin van de inkomstenbelasting heeft aangenomen. Anders gezegd: indien het Hof de redenering bedoeld in punt 3.5. niet al heeft gevolgd, dan had het die moeten volgen. Het Hof heeft derhalve de vergoeding van f 250.000 terecht aangemerkt als door belanghebbende genoten winst uit onderneming.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6cb4e975153f3b8bf3633c79ee2276408be9bdbaa66791c2a0770e4dcc16c8c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6cb4e975153f3b8bf3633c79ee2276408be9bdbaa66791c2a0770e4dcc16c8c9, en de alinea staat in dat document op bytes 29949 tot 30694.