Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2000

Alinea 87 Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7833.

4.5. Aan hetgeen ik onder 4.4. heb opgemerkt, doet niet af dat de wetgever vergoedingen ter vervanging van gederfde of te derven winst - anders dan vergoedingen ter vervanging van gederfde of te derven inkomsten - in het algemeen niet onder het bijzondere tarief heeft willen brengen. Een amendement Scholten c.s.5 op het ontwerp van de Wet IB 1964 dat ertoe strekte winst genoten ter vervanging van gederfde of te derven voordelen uit onderneming steeds onder het bijzondere tarief te brengen, stuitte op bezwaren van de Staatssecretaris van Financiën. Deze achtte het amendement te ruim gesteld, doordat het ook schadeloosstellingen omvatte welke tot de normale jaarwinst behoren te worden gerekend.6 Uiteindelijk werd het amendement qua werkingssfeer beperkt tot gevallen van onteigening (art. 57, lid 1, letter a Wet IB 1964). Er is evenwel onvoldoende grond om aan te nemen dat de bezwaren tegen de toepassing van het bijzonder tarief op schadevergoedingen in de winstsfeer ook zien op gevallen als het onderhavige, waarin de vergoeding tevens het karakter draagt van “voordeel behaald met of bij het staken van een onderneming”.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6cb4e975153f3b8bf3633c79ee2276408be9bdbaa66791c2a0770e4dcc16c8c9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6cb4e975153f3b8bf3633c79ee2276408be9bdbaa66791c2a0770e4dcc16c8c9, en de alinea staat in dat document op bytes 32977 tot 34130.