Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2000

Alinea 15 Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7908.

De Rechtbank heeft [verweerster]s vordering aldus begrepen dat [verweerster] met de gevorderde "nietigverklaring c.q. ver-nietiging" kennelijk bedoeld heeft te vorderen een verklaring voor recht dat de inschrijving van de verklaring van verjaring waardeloos is. Deze vordering wees zij toe met name op grond van de overweging dat bij [betrokkene A], de rechtsvoorganger van [eiser] (die zelf pas in 1991 "op het toneel verscheen"), geen sprake is geweest van ondubbelzinnig, openbaar, voortdurend, onafgebroken en ongestoord bezit van het bospad, zodat op generlei wijze de verkrijgende verjaring van dit pad kan zijn ingetreden. Bovendien verklaarde zij voor recht dat [eiser] geen eigenaar was geworden van het bospad, kennelijk op grond van de overweging dat [eiser] geen feiten of omstandigheden had aangevoerd waaruit zijn eigendomsverkrijging van het bospad is af te leiden. Dit vonnis met zijn twee verklaringen voor recht (en kostenveroordeling) is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0e255ca9aaf2b0a4ffd07cbfa9d421717852f572457e543a36bd6cd8321b1bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0e255ca9aaf2b0a4ffd07cbfa9d421717852f572457e543a36bd6cd8321b1bc, en de alinea staat in dat document op bytes 7326 tot 8331.