Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2000

Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7908.

[Verweerster] heeft geconcludeerd primair tot niet-ontvank-elijkverklaring van [eiser] in zijn beroep. Hij heeft zich daarbij beroepen op art. 3:29 lid 3 BW, inhoudende - zoals hiervoor onder 1 reeds opgemerkt - dat een cassatieberoep tegen een rechterlijke uitspraak houdende verklaring van waardeloosheid op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen 8 dagen na het instellen daarvan moet worden ingeschreven in de registers bedoeld in art. 433 Rv. Bij de gedingstukken bevindt zich een verklaring van de griffier van het Hof te 's-Herto-genbosch dat een afschrift van de cassatiedagvaarding op 2 november 1998 op verzoek van [eiser]s cassatie-advocaat is ingeschreven in het ter griffie van het Hof gehouden register als bedoeld in art. 433 Rv. Daarmee staat vast - partijen zijn het daarover eens - dat niet is voldaan aan het vereiste dat de cassatie binnen 8 dagen ingeschreven had moeten zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0e255ca9aaf2b0a4ffd07cbfa9d421717852f572457e543a36bd6cd8321b1bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0e255ca9aaf2b0a4ffd07cbfa9d421717852f572457e543a36bd6cd8321b1bc, en de alinea staat in dat document op bytes 9350 tot 10261.