Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2000

Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7914.

3.5 In dit geval heeft Amev met klem betoogd dat de feiten zo belastend zijn voor [verweerster] dat er voldoende grond is om een feitelijk vermoeden aan te nemen. Het Hof heeft haar daarin niet gevolgd; het heeft zich daarbij gebaseerd op het deskundigenbericht. 's Hofs oordeel kan, tegen de achtergrond van deze rapportage, goed worden begrepen. Ook Amev is klaarblijkelijk deze opvatting toegedaan. In cassatie richt zij haar pijlen uitsluitend tegen 's Hofs verwerping van merkelijke schuld, gelegen in het beweerdelijk overtreden van allerlei veiligheidsvoorschriften en het hoogst onveilig werken. In cassatie heeft het er de schijn van dat het Amev vooral daarom te doen is (geweest). Dat is evenwel niet zo; het breekt haar m.i. ook in cassatie op. Ik kom daarop terug.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/37a0e2cde2226e3e2847c25091c7e8263915b49e45b7727df81176d1e12091eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 37a0e2cde2226e3e2847c25091c7e8263915b49e45b7727df81176d1e12091eb, en de alinea staat in dat document op bytes 24524 tot 25314.