Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2000
Alinea 232 Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 oktober 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA7916.
7.9. Ik meen (zie onderdeel 6) dat het Verdrag met België het litigieuze fictieve inkomensbestanddeel toewijst aan België, zodat ik aan fiscale coherentie niet toekom. En andersom: als u, anders dan ik, tot de conclusie komt dat het Verdrag met België het litigieuze inkomensbestanddeel toewijst aan Nederland (of dat het Verdrag niet op dit fictieve voordeel ziet), dan is Nederland mijns inziens op grond van het Bachmann-arrest in beginsel EG-rechtelijk gelegitimeerd om Nederlandse heffing over de pensioenuitkering(en) van de eisers zeker te stellen, dus om de gevraagde verklaring te weigeren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3372d0d02900aea32092b9a5b52bfbbb5ec3ae3e0b6f4440be897926653b6eac. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3372d0d02900aea32092b9a5b52bfbbb5ec3ae3e0b6f4440be897926653b6eac, en de alinea staat in dat document op bytes 117511 tot 118127.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3372d0d02900aea32092b9a5b52bfbbb5ec3ae3e0b6f4440be897926653b6eac | shasum -a 256