Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2000
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA8072.
“dat uit deze regeling (die van de Onteigeningswet; PJW), welke in menig opzicht afwijkt van die, gegeven in de achtste afdeling van boek I. titel III van (Rv.; PJW), en waarin met name aan deskundigen een gewichtiger plaats en taak zijn toebedeeld, moet worden afgeleid dat, zolang deskundigen hun taak nog niet volledig hebben beëindigd met inbegrip van het in art. 37 (Ow; PJW) bepaalde, de Rb., die deskundigen tot het laatst toe vrijheid dient te laten in het naar eigen inzicht “opnemen” van de schade in haar geheel, zich niet, althans niet zó dat zij niet meer vrij zoude zijn in haar eindvonnis desgewenst het advies van deskundigen volledig te volgen, over het geheel of een gedeelte van de schade vermag uit te spreken vóór het eindvonnis, waarin over de onteigening en de schadeloosstelling uitspraak wordt gedaan;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7dc6c8d1f99133081d92ca88974932aae2ff5f169d50817b464719742f47e6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7dc6c8d1f99133081d92ca88974932aae2ff5f169d50817b464719742f47e6f, en de alinea staat in dat document op bytes 13012 tot 13861.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7dc6c8d1f99133081d92ca88974932aae2ff5f169d50817b464719742f47e6f | shasum -a 256