Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2000
Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA8072.
3.6. Anders dan het schap (schriftelijke toelichting mr H.A. Groen, punt 2), zou ik het tweede cassatiemiddel van Stena Line dan ook geen subsidiair karakter toedichten. De middelen staan naast elkaar. Enerzijds heeft de rechtbank volgens Stena Line de regel van de eenheid van het schadevonnis geschonden (welke stelling ingeval van gegrondbevinding nog niets zegt over de houdbaarheid van de schadevaststelling), anderzijds heeft de rechtbank volgens Stena Line de schadeloosstelling vastgesteld op onbegrijpelijke gronden, althans op gronden die die vaststelling niet kunnen dragen (welke stelling bij gegrondbevinding vrijwel zeker wèl concreet houvats voor de verwijzingsrechter oplevert).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7dc6c8d1f99133081d92ca88974932aae2ff5f169d50817b464719742f47e6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7dc6c8d1f99133081d92ca88974932aae2ff5f169d50817b464719742f47e6f, en de alinea staat in dat document op bytes 21107 tot 21816.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7dc6c8d1f99133081d92ca88974932aae2ff5f169d50817b464719742f47e6f | shasum -a 256