Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2000
Alinea 65 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA8072.
4.5. Een en ander laat mijns inziens geen andere conclusie toe dan dat Stena Line niet wilde, maar geen keus had, dus ook geen vrije ondernemerskeus. Dat als gevolg van de onteigening een relatief groot vervangend terrein gepacht moet worden en dat de inrichting daarvan relatief hoge kosten meebrengt onder meer doordat er bunkers op staan, is zuur voor de partij die deze kosten moet dragen (welke partij dat ook is), maar het betekent niet dat die kosten geen gevolg zijn van de onteigening of dat deze kosten onredelijk zouden zijn. Voor zover het bunkerterrein voor Stena Line efficiencyvoordelen of andere voordelen oplevert (nieuw voor oud, gunstiger ligging, meer groeimogelijkheden, sterkere goederenrechtelijke positie, etc.), of, in de woorden van de deskundigen, een geluk bij een ongeluk, kan een voordeelstoerekening rechtvaardigen, maar niet de gevolgtrekking dat de onteigening slechts een vervroeging van de verhuizing meebracht. Dat oordeel is mijns inziens onvoldoende gemotiveerd. Een geluk bij een ongeluk laat het ongeluk onverlet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7dc6c8d1f99133081d92ca88974932aae2ff5f169d50817b464719742f47e6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7dc6c8d1f99133081d92ca88974932aae2ff5f169d50817b464719742f47e6f, en de alinea staat in dat document op bytes 26905 tot 27971.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7dc6c8d1f99133081d92ca88974932aae2ff5f169d50817b464719742f47e6f | shasum -a 256