Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2000

Alinea 69 Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 oktober 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA8072.

5.1. Voor het geval u de motiveringsklachten in het tweede middel ongegrond acht, keer ik terug naar het eerste middel. In dat geval moet mijns inziens, ondanks mijn aarzelingen daaromtrent (zie 3.5) vernietigd worden wegens schending van de regel dat er in onteigeningszaken geen plaats is voor bindende tussenuitspraken. Dan dient zich de vraag aan waartoe een vernietiging op uitsluitend die grond leidt. In elk geval tot verwijzing. Maar wat moet het verwijzingshof dan doen? Het meest voor de hand dat het Hof de partijen (beide partijen; dat zou mijns inziens ook zonder het incidentele cassatiemiddel in de rede hebben gelegen) in de gelegenheid stelt aan te geven op welke onderdelen van de schadeberekening zij “nieuwe of nadere argumenten” menen te hebben ingebracht sinds het tussenvonnis van 9 juli 1998 en dat het op die punten opnieuw beslist voor zover het bevindt dat er inderdaad iets nieuws te berde is gebracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7dc6c8d1f99133081d92ca88974932aae2ff5f169d50817b464719742f47e6f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7dc6c8d1f99133081d92ca88974932aae2ff5f169d50817b464719742f47e6f, en de alinea staat in dat document op bytes 29118 tot 30065.