Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 november 2000
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 10 november 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 november 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA8256.
2.5. Art. 26 IVBP bepaalt dat allen gelijk zijn voor de wet en zonder discriminatie aanspraak hebben op gelijke bescherming door de wet7. Er is een schending, wanneer er sprake is van een ongelijke behandeling van gelijke gevallen en een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor de ongelijke behandeling ontbreekt. Om te kunnen vaststellen of zodanige rechtvaardiging voorhanden is, moet worden onderzocht of met het gemaakte onderscheid een legitiem doel wordt nagestreefd en of dit onderscheid kan worden aangemerkt als een passend middel om dat doel te bereiken8. Uit de geciteerde overweging kan worden afgeleid dat het hof veronderstellenderwijs is uitgegaan van een ongelijke behandeling van gelijke gevallen (te weten: bedrijven in de binnenstad en bedrijven daarbuiten) en zich concentreert op de vraag of daarvoor een objectieve en redelijke rechtvaardiging is aan te wijzen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6811b22936c9e1823c37f947ce56832083acbff630f99456f185803e73575263. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6811b22936c9e1823c37f947ce56832083acbff630f99456f185803e73575263, en de alinea staat in dat document op bytes 11730 tot 12631.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6811b22936c9e1823c37f947ce56832083acbff630f99456f185803e73575263 | shasum -a 256