Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 november 2000

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 10 november 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 november 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA8256.

Uit dit laatste (“economische ontwikkelingen”) kan worden afgeleid dat de Eilandsraad (en trouwens ook het hof in rov. 3.16) het toeristisch belang mocht meewegen. De keuze voor een belastingheffing voor bedrijven in de binnenstad en een retributiesysteem voor die daarbuiten wordt toegelicht in de memorie van toelichting op de Verordening zelf. De kosten van maatregelen gericht op het voorkomen, beperken of op een verantwoorde wijze verwijderen van afval, waaronder bedrijfsafvalstoffen, zullen door de veroorzakers/eigenaars moeten worden betaald, afhankelijk van de inspanning welke moet plaatsvinden om de nadelige gevolgen voor het milieu te beperken of tot nul te reduceren. De Eilandsraad had volgens de toelichting de keuze uit een systeem van retributie, hetgeen inhoudt dat slechts betaling plaatsvindt indien onomstotelijk vaststaat dat van de inzameldienst gebruik wordt gemaakt, of een systeem van belastingheffing, waarbij van iedere bewoner van een perceel rechten kunnen worden geheven. Dit laatste verdiende vanuit een oogpunt van recht en billijkheid de voorkeur, tenzij een inningsmogelijkheid wordt gevonden die een redelijke betalingsdiscipline kan afdwingen (MvT blz. 2). Voor huishoudelijke afvalstoffen is daarom gekozen voor een systeem van belastingheffing. De memorie vervolgt (blz. 3):

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6811b22936c9e1823c37f947ce56832083acbff630f99456f185803e73575263. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6811b22936c9e1823c37f947ce56832083acbff630f99456f185803e73575263, en de alinea staat in dat document op bytes 13816 tot 15149.