Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 november 2000

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 3 november 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 november 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA8288.

9. De klacht komt mij niet aannemelijk voor. Het Hof heeft kennelijk geoordeeld dat het ten tijde van de ingang van de schuldsaneringsregeling resterende bedrag op de budgetbe-heer-reke-ning aangemerkt dient te worden als een goed dat ingevolge art. 295 Fw in de boedel valt en daarom niet beschouwd kan worden als vervanging van de maandelijkse, op het inkomen van het echtpaar [...] geba-seerde en afgestemde, afloscapaci-teit. Dat is ook zonder nadere motivering niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/faca7f9c580bcbc6e3c3bee9afbb9f3d6cf7824e35c9da74f88641f3f5218c16. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt faca7f9c580bcbc6e3c3bee9afbb9f3d6cf7824e35c9da74f88641f3f5218c16, en de alinea staat in dat document op bytes 12308 tot 12807.