Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 november 2000
Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 3 november 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 november 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA8288.
11. De klachten lijken mij ongegrond. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting van het Hof op 18 april 2000 is pas toen voor het eerst aan de bewindvoerder bekend gemaakt dat het gezamen-lijke maandelijkse inkomen van het echtpaar niet circa f 2.500, maar ongeveer f 3.000,- bedroeg. Bovendien is, blijkens de toen overgelegde pleitnota van mr. J.J. Weldam (onder 4), namens het echtpaar [...] niet ontkend dat is verzuimd aan de bewind-voerder opgave te doen van (de hoogte) van de inkom-sten uit arbeid van [verzoekster 2], doch is slechts aange-voerd dat, gezien het geringe bedrag van deze inkom-sten, dit eventuele verzuim buiten beschouwing dient te blijven. In het licht van het verhandelde ter terechtzitting is het aangevallen oordeel van het Hof, ook zonder nadere motivering, niet onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/faca7f9c580bcbc6e3c3bee9afbb9f3d6cf7824e35c9da74f88641f3f5218c16. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt faca7f9c580bcbc6e3c3bee9afbb9f3d6cf7824e35c9da74f88641f3f5218c16, en de alinea staat in dat document op bytes 13125 tot 13954.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/faca7f9c580bcbc6e3c3bee9afbb9f3d6cf7824e35c9da74f88641f3f5218c16 | shasum -a 256