Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 november 2000

Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 14 november 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 november 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA8296.

misstanden -zoals het in rekening brengen van zeer hoge kosten (vgl. MvT p. 6/7 bij de wet van 1 juni 1983)- tegen te gaan, heeft de wetgever deze activiteit willen voorbehouden aan de personen en instellingen die in artikel 48, lid 1 sub b en c van de Wet op het consumentenkrediet worden genoemd of krachtens dat lid sub d van dat artikel worden aangewezen. Ter terechtzitting in hoger beroep is niet gebleken dat de verdachte in de bewezenverklaarde periode tot die personen of instellingen behoorde. Ook is niet aannemelijk geworden dat de bevoegde overheid onjuiste voorlichting te dien aanzien heeft gegeven, waarop de verdachte heeft mogen afgaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bec337c40491427d1ceab639772611c41b238a542a829325db7f076d30875cf3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bec337c40491427d1ceab639772611c41b238a542a829325db7f076d30875cf3, en de alinea staat in dat document op bytes 9018 tot 9685.