Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 november 2000

Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 14 november 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 november 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA8296.

5.1. In de toelichting op het tweede cassatiemiddel haalt de steller van het middel correspondentie aan waarop verdachte zich ter zake van dit verweer beroept. De brief van 1 september 1992 van het hoofd van de Hoofdafdeling Financieel Marktbeleid van het Ministerie van Economische Zaken, waarnaar de steller van het middel verwijst, was een antwoord op de brief van de rechtsvoorgangster van verdachte van 17 augustus 1992, waarin de werkwijze van Budget- & Bemiddelingsbureau O.H.P.A. is beschreven en waarin werd gevraagd om een schriftelijke erkenning van het Ministerie. De werkwijze zoals in de brief omschreven houdt in dat het budgetbeheer in nauwe relatie staat met de schuldbemiddeling; na acceptatie van een voorstel door de schuldeisers droeg OHPA zorg voor de betalingen via het inkomen van de debiteur. OHPA verzorgde ook de administratie voor schulden en betalingen van woon- energie- en verzekeringskosten en bracht daarvoor een vast bedrag per maand in rekening. Het Ministerie antwoordde dat erkenningen niet werden verstrekt en dat het handelen van OHPA niet op bezwaren stuitte als maar werd betaald voor andere zelfstandige werkzaamheden die niet rechtstreeks voortvloeien uit de eventuele eerdere schuldbemiddeling. Dat antwoord is blijkens de aantekening die op de kopie van deze brief is gesteld door de ECD geaccordeerd. Na nog een brief van OHPA heeft het hoofd van de hoofdafdeling geschreven dat naar haar oordeel het handelen van OHPA niet in strijd is met de wet zolang particulieren op generlei wijze gehouden zijn de betalingen na schuldbemiddeling door OHPA te laten verlopen. Voorts bevindt zich in het dossier een vonnis van de kantonrechter te Rotterdam van 19 februari 1998, waarin de kantonrechter in een geschil tussen verdachte en Van H. besliste dat de administratiekosten die verdachte aan Van H. in rekening had gebracht niet onverschuldigd door Van H. waren betaald. Voorts bevinden zich nog correspondentie in het dossier tussen het lid van de Tweede Kamer Van Dijke en (toenmalig) minister Melkert over verdachte, kamervragen over schuldhulpverlening en een berekening voor beheerskosten van de stichting Mentor, stichting voor inkomensbeheer en rechtsbeschermingsmaatregelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bec337c40491427d1ceab639772611c41b238a542a829325db7f076d30875cf3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bec337c40491427d1ceab639772611c41b238a542a829325db7f076d30875cf3, en de alinea staat in dat document op bytes 17080 tot 19320.