Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 november 2000

Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 14 november 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 november 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA8296.

In de pleitnota in hoger beroep is te lezen dat verdachte zich - weliswaar na de uitspraak in eerste aanleg - heeft gewend tot het Ministerie van financiën met een verzoek om ontheffing op voet van art. 82 WTK. De pleitnota vermeldt dat de reactie van het Ministerie erop neerkwam dat de activiteiten van verdachte niet vallen onder de omschrijving van art. 82 WTK. Als verdachte dus al eerder een ontheffing zou hebben aangevraagd zou zij al eerder te horen hebben gekregen dat vrijstelling of ontheffing op de voet van art. 82 lid 3 WTK niet nodig was, omdat haar activiteiten niet onder het eerste lid te brengen zouden zijn. Aldus heeft de verdediging aan het hof voorgehouden dat het aanvragen van een ontheffing een zinloze exercitie zou zijn geweest. Onbegrijpelijk is dat het hof, de juistheid van de stelling van de verdediging in het middel latend, zodat van de juistheid van de door de verdediging te dezen gestelde feiten dient te worden uitgegaan, aan verdachte verwijt dat zij heeft nagelaten een zinloze actie te ondernemen. Daarom kan mijns inziens ook de veroordeling voor het onder 2 telastegelegde niet in stand blijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bec337c40491427d1ceab639772611c41b238a542a829325db7f076d30875cf3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bec337c40491427d1ceab639772611c41b238a542a829325db7f076d30875cf3, en de alinea staat in dat document op bytes 21026 tot 22179.