Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 november 2000

Alinea 69 Parket bij de Hoge Raad 14 november 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 november 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA8296.

Het komt mij voor dat het bepaald niet de bedoeling van de wetgever kan zijn geweest om met de laatste wijziging de mogelijkheid te introduceren om ook na de eerste zittingsdag nog middelen van cassatie in te dienen. Terzijde waag ik het te veronderstellen dat het evenmin de bedoeling is dat nieuwe cassatiemiddelen, ingediend na afloop van de termijn van art. 438 Sv maar vóór de zittingsdag, op dezelfde voet worden behandeld als middelen die wél tijdig zijn ingediend. De Nota naar aanleiding van het verslag stelt dat zulke te laat ingediende klachten geen bespreking behoeven tenzij die klacht tot cassatie móet leiden, hetgeen dan zal resulteren in een ambtshalve vernietiging.9

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bec337c40491427d1ceab639772611c41b238a542a829325db7f076d30875cf3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bec337c40491427d1ceab639772611c41b238a542a829325db7f076d30875cf3, en de alinea staat in dat document op bytes 24923 tot 25625.