Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 november 2000
Alinea 166 Parket bij de Hoge Raad 15 november 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 november 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA8315.
“(…) Het is (…) de vraag of de (…) strekking zo duidelijk is dat de letterlijke tekst daarvoor moet wijken. De wetsgeschiedenis is namelijk niet geheel eenduidig. Gevraagd naar de gevolgen van het vervallen van de vestigingsplaatsfictie van art. 2 lid 3 Besluit Vpb ’42, antwoordde de bewindvoerder dat een in het buitenland gevestigd lichaam niet behoefde af te rekenen indien het bedrijf geheel of ten dele in Nederland werd uitgeoefend, want: ‘Het lichaam is van binnenlands belastingplichtige buitenlands belastingplichtige geworden en blijft hier te lande belastbare winst genieten.’ De wetgever ging bij de totstandkoming van de Wet Vpb ’69 dus uit van de letterlijke tekst en tendeerde in het geheel niet naar een partiële afrekeningsverplichting. Gelet op het gebrek aan een eenduidige en constante bedoeling van de wetgever biedt de wetsgeschiedenis onvoldoende houvast om af te wijken van de letterlijke tekst. (…)”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed65bea0c032196710196fc77a8be3e25da130df974861b8d08e02551c023d4a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed65bea0c032196710196fc77a8be3e25da130df974861b8d08e02551c023d4a, en de alinea staat in dat document op bytes 60374 tot 61334.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ed65bea0c032196710196fc77a8be3e25da130df974861b8d08e02551c023d4a | shasum -a 256