Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 november 2000
Alinea 86 Parket bij de Hoge Raad 15 november 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 november 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA8315.
Eerst toen de wetgever in de Wet Bhz. ’50 met art. 7(2) de regel gaf, dat voor- en nadelen, die niet reeds ingevolge de regels voor de jaarlijkse winst in de heffing kunnen worden betrokken, tot de winst van het laatste jaar van Nederlandse bedrijfsuitoefening behoren, was de aansluiting van de som der jaarwinsten bij de totale winst weer bereikt. Hoewel men destijds slechts aan enkele gevallen dacht - overlijden, in gemeenschap huwen der vrouw met bedrijf, bedrijfsemigratie - blijkt duidelijk uit de wetsgeschiedenis, dat de strekking van dit art. 7(2) van algemene aard is, nl. juist deze aansluiting wil bereiken. Er blijken dan ook wel meer gevallen te zijn, waarop art. 7(2) toepasselijk is. Kuipers telt er 23 zonder volledig te zijn en de ontdekkingstocht is zeker nog niet teneinde.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed65bea0c032196710196fc77a8be3e25da130df974861b8d08e02551c023d4a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed65bea0c032196710196fc77a8be3e25da130df974861b8d08e02551c023d4a, en de alinea staat in dat document op bytes 27833 tot 28648.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ed65bea0c032196710196fc77a8be3e25da130df974861b8d08e02551c023d4a | shasum -a 256