Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 november 2000
Alinea 96 Parket bij de Hoge Raad 15 november 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 november 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA8315.
2.1. In het geval van een fiscale eenheid wordt van een moeder- en een dochtermaatschappij de vennootschapsbelasting geheven “alsof de dochtermaatschappij in de moedermaatschappij is opgegaan”, zoals art. 15 Wet Vpb. 1969 het uitdrukt. Hoe dit “opgaan in” theoretisch geplaatst moet worden, is in de literatuur bediscussieerd. Zie hierover de dissertatie van Van Soest, blz. 27 t/m 29.14
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed65bea0c032196710196fc77a8be3e25da130df974861b8d08e02551c023d4a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed65bea0c032196710196fc77a8be3e25da130df974861b8d08e02551c023d4a, en de alinea staat in dat document op bytes 32453 tot 32861.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ed65bea0c032196710196fc77a8be3e25da130df974861b8d08e02551c023d4a | shasum -a 256