Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 november 2000
Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 17 november 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 november 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA8360.
2.10 Het onderdeel faalt. Kennelijk gaat het ervan uit dat het hof de beslissing, bedoeld in art. 1:377a BW lid 2, respectievelijk lid 3, aanhef, aan de voogdij-instelling overlaat. Dat is niet het geval. Het hof geeft de gezinsvoogdij-instelling enkel de vrijheid invulling te geven aan de omgangsregeling. Art. 6 EVRM wordt niet geschonden aangezien de moeder zich zo nodig opnieuw tot de rechter kan wenden. Art. 8 EVRM wordt niet geschonden omdat dit artikel zowel de belangen van de ouder(s) als die van het kind beoogt te waarborgen. Onder omstandigheden kunnen deze belangen botsen, in welk geval het belang van het kind prevaleert (o.m. Nota naar aanleiding van het Eindverslag, Tweede Kamer, vergaderjaar 1987-1988, 18 964, nr. 8, p. 3, vgl. voorts HR 27 mei 1994, NJ 1994, 610). Toetsing door de rechter van het beleid van de gezinsvoogdij-instelling in deze blijft mogelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fdf2151e8e75eb1c440001e774775366ac3ce1f9d012a75bac1192948b71e524. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fdf2151e8e75eb1c440001e774775366ac3ce1f9d012a75bac1192948b71e524, en de alinea staat in dat document op bytes 16932 tot 17832.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fdf2151e8e75eb1c440001e774775366ac3ce1f9d012a75bac1192948b71e524 | shasum -a 256