Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 november 2000

Alinea 109 Parket bij de Hoge Raad 17 november 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 november 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA8364.

3.38 Voorzover het Hof zich niet eenvoudigweg heeft vergist maar heeft aangenomen dat dit deel der vordering kon worden toegewezen omdat daartegen geen verweer is gevoerd ([verweerder] gaat daarvan uit; rov. 25 wijst in deze richting), is zijn oordeel onjuist. Een vordering waartegen geen verweer wordt gevoerd kan niet worden toegewezen wanneer zij kennelijk ongegrond is.17 Daarmee valt gelijk te stellen de situatie dat toewijzing preludeert op een wijze van afdoening waarvan in het geheel niet blijkt dat deze strookt met de wensen van partijen; zelfs blijkt niet dat [verweerder] haar werkelijk wenst. Het petitum in de inleidende dagvaarding vertoont het kenmerk van een sjablone.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3e22bfb73f2e04f6a8aab42c307a2e79679bcc565b92841bee9dae3e0310863d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3e22bfb73f2e04f6a8aab42c307a2e79679bcc565b92841bee9dae3e0310863d, en de alinea staat in dat document op bytes 37928 tot 38629.