Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 november 2000

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 17 november 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 november 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA8364.

2.14 De Rechtbank gaat er veronderstellenderwijs van uit dat de feitelijke situatie was zoals door [verweerder] beschreven. De Rechtbank is van mening dat deze situatie niet kan worden beschouwd als een gebrek in de zin van art. 6:174 BW. Indien er sprake is van een duidelijk hoogteverschil tussen berm en fietspad, brengt de normale zorgvuldigheid mee dat een fietser afstapt en te voet terugkeert naar het fietspad alvorens op dat fietspad verder te fietsen, aldus de Rechtbank (rov. 4.3).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3e22bfb73f2e04f6a8aab42c307a2e79679bcc565b92841bee9dae3e0310863d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3e22bfb73f2e04f6a8aab42c307a2e79679bcc565b92841bee9dae3e0310863d, en de alinea staat in dat document op bytes 10127 tot 10634.