Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 november 2000

Alinea 89 Parket bij de Hoge Raad 17 november 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 november 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA8364.

3.21 Met betrekking tot de toestand van het fietspad overweegt het Hof, zoals reeds aangestipt, dat de randen van het fietspad "hoekig" en "zeer steil" zijn en dat de begroeiing destijds het zicht op de betonnen rand wegnam. Voorts neemt het Hof aan dat er sprake was van een hoogteverschil tussen fietspad en berm (rov. 8). Over de gebrekkigheid zegt het Hof voorts dat de wegbeheerder van een smal fietspad (als het onderhavige) er rekening mee dient te houden dat daaraan inherent is dat fietsers niet steeds een koersvaste lijn volgen en dat daardoor de mogelijkheid bestaat dat de fietser in de berm raakt (rov. 12). De Gemeente heeft deze overwegingen als zodanig in cassatie niet bestreden. Zij heeft aangevoerd dat deze onvoldoende zijn om de aansprakelijkheid ex art. 6:174 BW van de Gemeente op te baseren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3e22bfb73f2e04f6a8aab42c307a2e79679bcc565b92841bee9dae3e0310863d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3e22bfb73f2e04f6a8aab42c307a2e79679bcc565b92841bee9dae3e0310863d, en de alinea staat in dat document op bytes 30421 tot 31251.