Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 november 2000

Alinea 91 Parket bij de Hoge Raad 17 november 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 november 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA8364.

3.23 Nu de Gemeente in feitelijke aanleg niet, laat staan gemotiveerd, heeft aangegeven waarom weggebruikers met de onder 3.21 genoemde feitelijke situatie (die zij niet konden zien) rekening moesten houden, behoefde het Hof op de onder 3.16.1 onder i en ii genoemde omstandigheden in te gaan. In zijn arrest ligt intussen besloten dat het Hof aanneemt dat fietsers geen rekening behoefden te houden met steile en hoekige randen waarmee het litigieuze fietspad was behept. De klacht zoals onder 3.16 i en ii weergegeven stuit daarop af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3e22bfb73f2e04f6a8aab42c307a2e79679bcc565b92841bee9dae3e0310863d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3e22bfb73f2e04f6a8aab42c307a2e79679bcc565b92841bee9dae3e0310863d, en de alinea staat in dat document op bytes 31647 tot 32196.