Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 november 2000
Alinea 75 Parket bij de Hoge Raad 22 november 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 november 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA8424.
Nu kan men zich natuurlijk afvragen, of dan aan die uitlatingen voor de uitleg van art. 62, lid 2 Wet IB 1964 niet wat te veel waarde wordt toegekend en of hetgeen door de bewindslieden in de Eerste Kamer werd gezegd niet in hoofdzaak diende tot verhulling van de beslissing, namelijk dat inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen bij wege van een aanslag zouden worden geheven. Ik zou echter menen dat, tenzij bewijs voor het tegendeel aanwezig is - en dat is hier niet het geval - bij de uitleg van bepalingen aan de hand van de daarop gegeven toelichting moet worden aangenomen, dat die toelichting aangeeft wat is bedoeld, en dat de bewindslieden met die uitlatingen dus hebben willen benadrukken, dat art. 62, lid 2 Wet IB 1964 slechts een regeling inhield voor een gezamenlijke heffing van twee duidelijk te onderscheiden, zelfstandige heffingen. Dan is er weinig of geen verschil met de situatie die in HR 6 juni 1928 B. 4284 werd behandeld. Het hiervoor genoemde arrest HR 30 september 1998, BNB 1998/379 bevestigt die opvatting. Dat betekent dat ook deze klacht faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a4e77107f9ab362dbde7ac228333c11eb12c9e9f5981dde732b0eb83ad6aed4e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a4e77107f9ab362dbde7ac228333c11eb12c9e9f5981dde732b0eb83ad6aed4e, en de alinea staat in dat document op bytes 26472 tot 27569.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a4e77107f9ab362dbde7ac228333c11eb12c9e9f5981dde732b0eb83ad6aed4e | shasum -a 256