Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 november 2000
Alinea 10 Parket bij de Hoge Raad 28 november 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 november 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA8563.
3. Ambtshalve stel ik het volgende aan de orde. Bij de stukken van het geding bevinden zich een akte van cassatie en een schriftuur van de officier van justitie, houdende één middel van cassatie. Blijkens die akte heeft de officier van justitie op 16 april 1998 verklaard beroep in cassatie in te stellen. Bedoelde schriftuur, gedateerd 9 juli 1998, is blijkens het daarop aangebrachte stempel op 10 juli 1998 ter griffie van de Hoge Raad ingekomen. Bij de stukken bevindt zich geen andere (kopie van een) schriftuur. De stukken van het geding zijn blijkens het daarop geplaatste stempel op 26 november 1999 ter griffie van de Hoge Raad ingekomen. De vraag rijst derhalve - mede met het oog op de nieuwe strafvorderlijke bepalingen betreffende het beroep in cassatie en het toepasselijke overgangsrecht op dat punt (Stb. 1998, 591) - of de officier van justitie in zijn beroep kan worden ontvangen. Ik ben op grond van het volgende van oordeel dat zulks niet het geval is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a1b26aef55e6d260722fc6129fcb093780ba88d41df41f95d39411d5c57a692d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a1b26aef55e6d260722fc6129fcb093780ba88d41df41f95d39411d5c57a692d, en de alinea staat in dat document op bytes 4460 tot 5447.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a1b26aef55e6d260722fc6129fcb093780ba88d41df41f95d39411d5c57a692d | shasum -a 256