Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 november 2000

Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 28 november 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 november 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA8563.

3.2. Uit het hiervoor weergegeven overgangsrecht zou - toegespitst op de onderhavige zaak - kunnen worden opgemaakt dat op de onderhavige zaak, nu deze als gezegd op 26 november 1999, dus na de datum van inwerkingtreding van de nieuwe wet op 1 juni 1999, ter griffie van de Hoge Raad is ingekomen, het regiem van de nieuwe strafvorderlijke cassatieprocedurele bepalingen van toepassing zijn. Ik moet er evenwel op wijzen dat dit te dezen niet het geval is. Civielrechtelijk uitgedrukt: omdat sprake is van rechtsverwerking vóór de datum van inwerkingtreding van de wet van Stb. 1998, 591.(1) Het recht op het beroep in cassatie dat het openbaar ministerie te dezen heeft verloren door de schriftuur - niet door omstandigheden gerechtvaardigd(2) - niet tijdig in te dienen, nog daargelaten dat dit in casu ook niet bij het juiste gerecht is gebeurd, kán nu eenmaal niet meer herrijzen. De termijnen waaraan het indienen van rechtsmiddelen is gebonden zijn van openbare orde. Ook het gegeven dat vanwege de griffie van de Hoge Raad in deze tengevolge van een kennelijke vergissing een aanzegging ingevolge art. 435, eerste lid, Sv aan de officier van justitie is uitgegaan, kan hierin geen verandering brengen en doet een eenmaal afgelopen termijn niet herleven.(3)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a1b26aef55e6d260722fc6129fcb093780ba88d41df41f95d39411d5c57a692d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a1b26aef55e6d260722fc6129fcb093780ba88d41df41f95d39411d5c57a692d, en de alinea staat in dat document op bytes 7038 tot 8318.