Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 december 2000

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 1 december 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 december 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA8719.

Met betrekking tot het beroep op verjaring stelde de Rechtbank vast dat de verjaring van de vordering van Intrepid op Kenmark - gezien de hiervoor onder 1 genoemde brief van Heerema Engineering aan Kenmark d.d. 21 januari 1988 - is gaan lopen op 22 januari 1988 en dat de verjaring op grond van art. 3:310 lid 1 BW intreedt na verloop van 5 jaar, zodat de vordering per 22 januari 1993 is verjaard tenzij voordien stuiting heeft plaatsgevonden. De Rechtbank concludeerde vervolgens dat Kenmark een afschrift heeft ontvangen van de brief van de raadsman van Sigillo aan TTS d.d. 10 januari 1992 en dat deze brief kan worden aangemerkt als een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt, zodat de verjaring tijdig is gestuit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4ef5a8f94c13550f57608099655bb772d3d697664da40511c47bc8d2f4c9258. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4ef5a8f94c13550f57608099655bb772d3d697664da40511c47bc8d2f4c9258, en de alinea staat in dat document op bytes 13759 tot 14554.