Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 december 2000
Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 1 december 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 december 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA8721.
6) De klacht luidt dat de gronden die de rechtbank aanvoert, haar oordeel niet kunnen dragen. Immers, aldus het middel, ook indien sprake is van op toeval berustende foutieve veronderstellingen, dan nog geldt dat, als de bedoelingen van partijen overeenstemmen, het totstandkomen van een overeenkomst in overeenstemming met hun beider bedoeling niet, althans niet zonder meer, wordt verhinderd door het feit dat partijen zich verkeerd hebben uitgedrukt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/693800294dbe92fbabcf49757ceb064839da9132b0d456fc9d3784fb2e1076ce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 693800294dbe92fbabcf49757ceb064839da9132b0d456fc9d3784fb2e1076ce, en de alinea staat in dat document op bytes 10494 tot 10961.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/693800294dbe92fbabcf49757ceb064839da9132b0d456fc9d3784fb2e1076ce | shasum -a 256