Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 december 2000
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 1 december 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 december 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA8721.
De klacht wordt naar mijn mening terecht voorgesteld. Obligatoire overeenkomsten komen tot stand door overeenstemmende en onderling afhankelijke wilsverklaringen van twee of meer partijen, gericht op het scheppen van verbintenissen. Wilsovereenstemming alleen is niet voldoende; partijen moeten hun wil aan elkaar hebben kenbaar gemaakt met het doel een door beiden beoogd rechtsgevolg in het leven te roepen. Zie Asser-Hartkamp, 4-II (1997), nr. 97. De onderhavige zaak kenmerkt zich hierdoor dat [eiser] heeft aangevoerd dat hij en [de algemeen directeur] (namens NVC), beiden de bedoeling hebben gehad dat de arbeidsovereenkomst werd beëindigd met doorbetaling door NVC aan [eiser] van 80% van zijn laatstgenoten salaris; en dat partijen met hun verwijzing naar de Saneringsregeling de bedoeling hebben gehad die afspraak te verwoorden, doch dat achteraf is gebleken dat de formulering onjuist was gekozen. Anders dan de rechtbank heeft overwogen kan dat betoog niet worden weerlegd door het feit dat het - kort gezegd - noch aan de een noch aan de ander te wijten is dat sprake was van een foutieve veronderstelling ten aanzien van de gebruikte woorden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/693800294dbe92fbabcf49757ceb064839da9132b0d456fc9d3784fb2e1076ce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 693800294dbe92fbabcf49757ceb064839da9132b0d456fc9d3784fb2e1076ce, en de alinea staat in dat document op bytes 10969 tot 12141.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/693800294dbe92fbabcf49757ceb064839da9132b0d456fc9d3784fb2e1076ce | shasum -a 256