Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 december 2000

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 1 december 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 december 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA8724.

1.8. Na getuigenverhoor heeft het hof in zijn eindarrest van 19 november 1998 geoordeeld dat de arts niet is geslaagd in zijn bewijsopdracht. Daarmee staat vast dat de vrouw, voorafgaand aan haar operatie op 24 november 1977, niet over het risico van zwangerschap na die operatie is ingelicht (rov. 2.10). Vervolgens heeft het hof het verweer omtrent het ontbreken van oorzakelijk verband tussen dit verzuim en de schade besproken. Het hof heeft zich beperkt tot de vraag of de vrouw, indien zij door de arts over het risico van afglijden van de ring zou zijn voorgelicht, zou hebben gekozen voor sterilisatie door middel van thermische coagulatie() (rov. 2.11). Het hof achtte de coagulatietechniek minder veilig en betrouwbaar dan de methode met de Falope-ringen en daarom niet aannemelijk dat de vrouw, indien zij over het risico van afglijden van de Falope-ringen zou zijn voorgelicht, zou hebben gekozen voor een sterilisatie door middel van de coagulatie-techniek. De vordering, voor zover gebaseerd op een geschonden informatieplicht, werd daarom afgewezen (rov. 2.13).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/95b6dfeaec8a2e8d5ef56643ca1fb83d28c478bbf1ef1b29e616cf8d0004f761. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 95b6dfeaec8a2e8d5ef56643ca1fb83d28c478bbf1ef1b29e616cf8d0004f761, en de alinea staat in dat document op bytes 9472 tot 10561.