Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 december 2000

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 1 december 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 december 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA8724.

2.11. Voor een medische verrichting als de onderhavige is de toestemming van de patiënt vereist(). Wanneer een ingreep gepaard gaat met een bepaald medisch risico, waarover de arts de patiënt niet tevoren heeft geïnformeerd, kan de patiënt achteraf stellen dat zijn toestemming voor de ingreep nietig is omdat hij bij het geven van toestemming in dwaling verkeerde. Men denke bijv. aan een operatie met het risico van complicaties of infecties. Het behoeft geen betoog dat, indien het om een dringend noodzakelijke operatie gaat, de patiënt in feite maar weinig te kiezen heeft, ook al is hij behoorlijk voorgelicht over het risico. Bij een cosmetische operatie daarentegen, kan de patiënt na voorlichting over het risico gemakkelijker van de operatie afzien. Voor een beroep op dwaling wordt vereist dat de overeenkomst bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten (art. 6:228 BW). Een arts, die in rechte is aangesproken omdat hij heeft geopereerd zonder geldige toestemming van de patiënt, kan het verweer voeren dat de toestemming tot de operatie evengoed gegeven zou zijn indien hij de patiënt tevoren over het desbetreffende risico zou hebben voorgelicht().

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/95b6dfeaec8a2e8d5ef56643ca1fb83d28c478bbf1ef1b29e616cf8d0004f761. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 95b6dfeaec8a2e8d5ef56643ca1fb83d28c478bbf1ef1b29e616cf8d0004f761, en de alinea staat in dat document op bytes 19665 tot 20866.