Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 december 2000
Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 5 december 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 december 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA8823.
14. Art. 36 e, vierde lid, laatste volzin, Sv bepaalt dat de rechter het te betalen bedrag lager kan vaststellen dan het geschatte voordeel. In het geval dat een veroordeelde geen draagkracht heeft en naar redelijke verwachting ook in de toekomst niet zal hebben, dient de rechter van die bevoegdheid gebruik te maken. De in art. 511 e, eerste lid, jo. art. 359 Sv neergelegde motiveringseis brengt daarom mee dat de rechter op een ter zake van de draagkracht uitdrukkelijk voorgedragen en met argumenten ondersteund verweer een uitdrukkelijk en gemotiveerd antwoord geeft (HR 16 april 1996, NJ 1998, 631 m.nt. Sch; HR 7 mei 1996, NJ 1997, 404 m.n.t. Sch).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/36cd698e2efb656770a1dd4f51ed9f8d7a22d7ae9a31222bba688525cead3a08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 36cd698e2efb656770a1dd4f51ed9f8d7a22d7ae9a31222bba688525cead3a08, en de alinea staat in dat document op bytes 8474 tot 9143.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/36cd698e2efb656770a1dd4f51ed9f8d7a22d7ae9a31222bba688525cead3a08 | shasum -a 256