Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 december 2000

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 5 december 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 december 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA8823.

21. In casu doen zich mijns inziens geen gronden voor die nopen tot het oordeel dat zich een bijzonder geval als evenbedoeld voordoet en dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is. Bij afweging van enerzijds het belang dat de gemeenschap ook na overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM behoudt bij normhandhaving door berechting, en anderzijds het belang dat de verdachte heeft bij verval van het recht tot strafvervolging nadat die termijn is overschreden, dient daarom in deze procedure het eerstgenoemde belang te prevaleren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/36cd698e2efb656770a1dd4f51ed9f8d7a22d7ae9a31222bba688525cead3a08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 36cd698e2efb656770a1dd4f51ed9f8d7a22d7ae9a31222bba688525cead3a08, en de alinea staat in dat document op bytes 11902 tot 12476.