Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 december 2000
Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 8 december 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 december 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA8922.
Aan deze beslissing legde de kantonrechter, wat de loonvordering betreft, ten grondslag dat [verweerder] weliswaar geen getuigenbewijs heeft geleverd, maar wel stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat [eiser] in 1991 en 1992 tijdelijk bij hem in dienst is geweest. Niettemin heeft [eiser] volgehouden dat partijen in april 1993 een overeenkomst voor onbepaalde tijd hebben gesloten. Dienaangaande is beslissend wat partijen in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Omdat het hier gaat om een relatief klein bedrijf, geleid door iemand met een beperkte juridische kennis en met een simpele administratie, waarin het gebruikelijk was in de zomer tijdelijk extra personeel aan te trekken, en in aanmerking genomen dat partijen in de voorgaande jaren ook een tijdelijk dienstverband in het kader van seizoenarbeid zijn aangegaan, mocht [eiser] niet verwachten dat [verweerder] hem in april 1993 een dienstverband voor onbepaalde tijd heeft aangeboden. Daarom moet worden aangenomen dat de dienstbetrekking op 27 november 1993 is geëindigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a6776f37962316698ec855388b77fbecbbae3b629a7ebf7a0343480bd5c8d9d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a6776f37962316698ec855388b77fbecbbae3b629a7ebf7a0343480bd5c8d9d6, en de alinea staat in dat document op bytes 7350 tot 8436.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a6776f37962316698ec855388b77fbecbbae3b629a7ebf7a0343480bd5c8d9d6 | shasum -a 256