Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 december 2000

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 8 december 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 december 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA8922.

"Geconstateerd kan worden dat (...) bij het vraagstuk van de omlijning van die rechterlijke vrijheid twee min of meer tegengestelde belangen tegen elkaar moeten worden afgewogen. Ik zou deze belangen willen omschrijven als enerzijds het belang dat een proces zoveel mogelijk moet kunnen leiden tot het vinden van de materiële waarheid, waartoe aan de rechter bindende voorschriften wat de waardering van het bewijs betreft slechts bij uitzondering gegeven worden. Anderzijds het belang dat partijen hebben zich bij het aangaan van rechtshandelingen te kunnen verzekeren van een bewijsmiddel met een bepaalde door de wet vastgestelde kracht, waardoor zowel de kans op het ontstaan van rechtsgeschillen alsook het risico van een desalniettemin te voeren procedure in zoverre zoveel mogelijk wordt beperkt. (...) Wat het getuigenbewijs betreft kan (...) worden geconstateerd dat de commissie (...) volledig onderschrijft dat het bewijsrecht het vinden van de waarheid zo min mogelijk behoort te beperken (...). Beperking van de rechterlijke vrijheid wat betreft de waardering van de schriftelijke bewijsmiddelen bestaat hoofdzakelijk in gebodsbepalingen waarbij de rechter verplicht is een bepaalde, dwingende bewijskracht aan te nemen en deels ook in verbodsbepalingen waarbij dwingende of algehele bewijskracht aan bepaalde geschriften wordt ontzegd. In het ontwerp vindt men bepalingen van beiderlei soort."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a6776f37962316698ec855388b77fbecbbae3b629a7ebf7a0343480bd5c8d9d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a6776f37962316698ec855388b77fbecbbae3b629a7ebf7a0343480bd5c8d9d6, en de alinea staat in dat document op bytes 14521 tot 15942.