Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 december 2000
Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 8 december 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 december 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA8922.
2.15 Wat de verdere inhoud van de CAO betreft, is met name art. 7 daarvan terzake dienend. Dit artikel bepaalt, voorzover thans van belang, dat schriftelijke arbeidsovereenkomsten zoals bedoeld in art. 2, bepalingen dienen in te houden over de duur daarvan. Nu deze bepaling, mede gelet op de aard van het werk waarvoor de desbetreffende CAO is opgesteld, kennelijk ter bescherming van de werknemer strekt en mede in aanmerking genomen dat het eerder op de weg van de werkgever ligt dan van de werknemer (in een bedrijfstak als de onderhavige) om aan deze bepaling uitvoering te geven, ligt de uitleg die de rechtbank aan dit voorschrift heeft gegeven, voor de hand. En zelfs als men het artikel bij het licht van de volle maan om half drie 's nachts leest (om maar eens wat te noemen), kan in de bewoordingen daarvan of in die van enig ander artikel, niet de regel worden ontwaard dat arbeidscontracten in beginsel voor onbepaalde tijd zijn gesloten en dat tegenbewijs slechts door geschrift mag worden bijgebracht. Dit klemt temeer gezien de onder 2.6 van deze conclusie aangehaalde hoofdregel van bewijsrecht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a6776f37962316698ec855388b77fbecbbae3b629a7ebf7a0343480bd5c8d9d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a6776f37962316698ec855388b77fbecbbae3b629a7ebf7a0343480bd5c8d9d6, en de alinea staat in dat document op bytes 21397 tot 22522.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a6776f37962316698ec855388b77fbecbbae3b629a7ebf7a0343480bd5c8d9d6 | shasum -a 256